Vijfentachtig manieren om een das te knopen
Twee natuurkundigen bewezen in 1999 dat er precies tachtig-en-nog-wat esthetische dasknopen bestaan. Waarom die grens mooier is dan oneindigheid zou zijn.
De meeste mannen kennen twee dasknopen. De four-in-hand, die je vader je leerde, en de Windsor, voor als het net wat te wil. Daarna houdt het op. Wat bijna niemand weet is dat er precies is uitgerekend hoeveel knopen er eigenlijk zijn.
In 1999 publiceerden twee natuurkundigen, Thomas Fink en Yong Mao, een paper in Nature. Ze vertaalden het knopen van een das naar een wiskundig probleem, een wandeling over een driehoekig rooster, en telden binnen redelijke grenzen alle esthetisch aanvaardbare uitkomsten. Het waren er vijfentachtig. Van die vijfentachtig waren er slechts een handvol ooit in gebruik.
Waarom een grens mooi is
Je zou verwachten dat oneindige mogelijkheden aantrekkelijker klinken. Dat is niet zo. Een oneindige ruimte is niet te overzien en dus niet te beheersen. Een begrensde ruimte kun je leren kennen. Vijfentachtig is een getal waar je iets mee kunt. Je kunt ze doorlopen, de mooiste kiezen, de rest laten liggen.
Zo werkt bijna elke echte vaardigheid. Koken, kleden, mixen, bouwen. De kunst zit niet in oneindige vrijheid, maar in het kennen van de grenzen en daarbinnen precies weten wat je doet.