Jaren zestig, niemand dik
Wat veranderde tussen 1960 en nu was niet de genetica, maar de voeding en het ritme van leven.
Jaren zestig, niemand dik
Gezondheid was normaal voordat we het abnormaal maakten.
Ergens tussen 1960 en nu is iets fundamenteels verschoven. In de jaren zestig was obesitas zeldzaam in het Westen. Niet omdat mensen fitnesstrackers droegen. Niet omdat iedereen naar de sportschool ging. Niet omdat ze diëten volgden of calorieën telden.
Het was omdat wat ze aten wezenlijk anders was. Ultrabewerkt voedsel bestond niet op grote schaal. Frisdrank was een traktatie, geen dagelijks drinkwater. Brood werd vers gebakken. Vlees was vlees, niet een preparaat. Groente was seizoensgebonden. Dat maakte keuzes veel eenvoudiger.
Je kon niet buiten het seizoen eten wat je wilde, want het was niet beschikbaar. Je kon niet onderweg snacken, want de infrastructuur bestond niet. Je kon niet voortdurend eten, want snacks pasten niet in je zak en je was thuis voor maaltijden.
Dit verdween niet door falen van individuen. Het verdween omdat voeding als industrie opnieuw werd uitgevonden. Suiker werd goedkoop. Olie werd gesubsidieerd. Voedsel werd overal verkrijgbaar. En cruciaal: voeding werd ontworpen. Niet bereid, maar geconstrueerd. Ontworpen voor maximale smaak, maximale eetbaarheid, minimale kans om nee te zeggen.
Dit is voedselengineering: vetten, suikers en zout combineren tot iets waarnaar je lichaam blijft vragen. Dit is niet toevallig. Dit is wetenschap in dienst van winst.
Mijn vader zag dit gebeuren. Hij schreef erover, sprak erover. Maar het momentum was onweerstaanbaar. Want als iedereen hetzelfde voedsel eet, wordt zwaarlijvigheid genormaliseerd. Dan gaat het niet meer over wat jij doet. Het gaat over wat het systeem doet.
Dit betekent niet dat verantwoordelijkheid afwezig is. Maar verantwoordelijkheid zonder context is schuld. Schuld wijst naar het individu: je bent dik omdat je lui bent. Context wijst naar het systeem: je bent dik omdat je omgeven bent door voeding die voor overmatig eten is ontworpen.
Daarom helpen fitnesstrackers niet. Ze geven metingen, niet voeding. Ze zeggen: je hebt tienduizend stappen nodig. Maar ze zeggen niet wat je eet. Je kunt tienduizend stappen zetten, daarna thuis ultrabewerkt voedsel eten, en toch achteruitgaan.
De jaren zestig waren niet beter omdat mensen beter waren. Ze waren beter omdat voeding beter was. Herstel begint bij voeding, niet bij wilskracht.
Bronnen: WHO Global Health Observatory data (1960-2020); Michael Pollan, In Defense of Food: An Eater’s Manifesto (Penguin, 2008)